ECLI:NL:RBDHA:2026:2926
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de oorlog in Oekraïne, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit dat zijn tijdelijke bescherming beëindigde. Hij stelde dat dit besluit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel, en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar risico's bij terugkeer naar Marokko, waaronder schending van het non-refoulementsbeginsel en het recht op familie- en privéleven.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming conform Europese jurisprudentie en richtlijnen was en dat er geen sprake was van gelijke gevallen tussen derdelanders Oekraïne en Oekraïners. De bevriezingsmaatregel werd gezien als feitelijke opschorting, waardoor het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden. Tevens was geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Marokko aangetoond.
Verder was eiser niet in het bezit van een verblijfsvergunning en had hij geen nieuwe asielaanvraag ingediend. De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende onderzoek had verricht en dat eiser geen beschermenswaardig familie- of privéleven had opgebouwd. Ook was eiser voorafgaand aan het besluit gehoord, waardoor het zorgvuldigheidsbeginsel niet was geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het terugkeerbesluit in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.