ECLI:NL:RBDHA:2026:2721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne ongegrond verklaard
Eiser, een Nigeriaanse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de inval in Oekraïne, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit na beëindiging van zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 september 2025. Hij betwistte dit besluit en voerde aan dat de beëindiging prematuur was, dat hij risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria en dat hij een beschermenswaardig familie- en privéleven in Nederland had opgebouwd.
De rechtbank oordeelde dat de beëindiging van de tijdelijke bescherming conform de geldende Europese richtlijnen en jurisprudentie was en dat eiser geen verblijfsvergunning had of een aanvraag daartoe had lopen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de bevriezingsmaatregel slechts een feitelijke opschorting betrof zonder toezeggingen over gelijke behandeling met Oekraïense ontheemden.
De stelling dat terugkeer naar Nigeria een reëel risico op ernstige schade oplevert, werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat een eerdere asielaanvraag was afgewezen en geen nieuw bewijs was ingediend. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiser een beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland had opgebouwd, mede omdat de relatie met zijn partner niet duurzaam was voor de inval in Oekraïne.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het terugkeerbesluit. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 12 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.