ECLI:NL:RBDHA:2026:2714
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek consulaire bijstand bij verlaten Gaza geen besluit in zin Awb
Verzoeker, een staatloze Palestijn met een mvv voor studie, verzocht om consulaire bijstand bij het verlaten van Gaza om zijn mvv-sticker in Amman op te halen. Verweerder wees dit verzoek af omdat verzoeker niet tot de drie groepen behoort die hiervoor in aanmerking komen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de afwijzing geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om consulaire bijstand een feitelijke handeling betreft zonder publiekrechtelijk rechtsgevolg, en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die dit anders maken. Ook is de afwijzing geen handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 die gelijkgesteld kan worden met een beschikking.
Hoewel de humanitaire situatie in Gaza schrijnend is en er sprake is van een spoedeisend belang, kan verzoeker zich wenden tot de civiele rechter voor een inhoudelijke beoordeling. Het beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van consulaire bijstand wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.