Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging voorlopig verblijf als gezinslid bij haar echtgenoot, de referent. De minister wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond zonder eiseres te horen, hoewel zij hierom had verzocht.
De rechtbank oordeelt dat de minister onterecht is afgeweken van de hoorplicht in bezwaar, omdat er nieuwe bewijsstukken en onduidelijkheden waren die een hoorzitting rechtvaardigden. De minister had niet mogen aannemen dat het bezwaar kennelijk ongegrond was zonder nader onderzoek.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiseres en referent worden gehoord. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De overige beroepsgronden worden niet inhoudelijk behandeld omdat de uitkomst van de hoorzitting mogelijk tot een ander besluit kan leiden.