3.3.1.Dagvaarding I (09/042631-25)
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025029418, onderzoek 30FORTUNA, van de politie eenheid Districtsrecherche Den Haag-Zuid, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 618).
1. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , opgemaakt op 28 januari 2025,
voor zover inhoudende (p. 41-43):
Op 28 januari 2025
Zoals altijd ben ik vandaag om 09:00 uur naar mijn werk gegaan. Ik ben werkzaam als automonteur bij de Zuiderpark garage te 's-Gravenhage. Ik open de zaak altijd, omdat de baas later komt. Mij baas is [benadeelde 2] .
Omstreeks 10:00 uur, was ik bezig met een auto, met mijn rug richting de ingang van de garage. Toen hoorde ik iemand binnen komen. Ik zag dat het een man was die binnen was gekomen. Ik zag dat de man richting het kantoor van mijn baas liep.
Ik kan de man als volgt omschrijven:
- Een noord Afrikaans uiterlijk;
- tussen de 25 en 35 jaar oud;
- dun, pezig postuur;
- 170 tot 175 cm, ongeveer mijn lengte;
- zwarte jas met capuchon;
- de capuchon op zijn hoofd;
- schoudertas, donker van kleur
Ik zei "hé vriend, hè vriend". Ik hoorde dat hij zijn excuus maakte. Ik hoorde hem zeggen "sorry bro" en ik zag dat hij de garage uitliep.
Diezelfde dag, ongeveer een uur later stond dezelfde man opeens achter me. Ik was in een gebogen positie aan het werk. Ik merkte dat de man achter mij stond doordat ik gereedschap pakte en een schoen zag. Toen ik merkte dat de man achter mij stond, draaide ik mij om. Ik zag dat de man een mat zwart pistool in zijn rechterhand had.
Ik hoorde dat de man iets mompelde in een taal die ik niet verstond, het klonk boos. Ik zag en hoorde dat de man het pistool doorlaade. Daarna zag ik dat de man het pistool op mij richtte. Ik hoorde en zag dat de man kogels af vuurde. Ik denk dat dit ongeveer 3 schoten waren.
Ik tilde mijn benen 1 voor 1 op om de kogels te ontwijken.
Tijdens het schieten zag ik dat het pistool van de man vast liep. Op dat moment rende ik richting de uitgang van de garage om te ontkomen aan de man.
Ik was bij de uitgang van de garage. Ik ben hier gevallen. Ik zag dat de man het pistool richting mijn hoofd richten. Het pistool liep vast terwijl de man meerdere keren de trekker over probeerde te halen. Ik zag dat de man de trekker over haalde. Ik zag dat het pistool was gericht op mijn hoofd en bovenlichaam. Ik heb het idee dat ik de dood van dichtbij heb gezien.
Ik riep "chef, hierachter" in een poging om de man af te leiden. Ik schreeuwde om hulp. Toen zag ik dat de man weg rende via de rechterkant van de winkel.
Ik heb het volgende letsel:
- Rechteronderbeen gebroken;
- Rechterknie gebroken;
- Ik moet geopereerd worden.
Ik heb 1 schotwond met een ingang en uitgang in mijn rechterbeen.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 27 januari 2025, voor zover inhoudende (p. 63-65):
Op 29 januari 2025 waren wij in het HMC Westeinde ziekenhuis om te spreken met het slachtoffer van de schietpartij, [benadeelde 1] .
A: Toen een uur later zag ik dus voeten, en ben ik omgedraaid, en toen ik me omdraaide heeft hij in mijn voet geschoten. Ik zag dat zijn pistool vast kwam te zitten, en dat heb ik als mogelijkheid gezien om naar buiten te vluchten, toen schoot hij nog eens, toen kwam ik op de grond terecht, wilde hij op mijn borst en gezicht schieten maar gelukkig kwam het pistool vast te zitten. Hij heeft op mij gericht en op mijn borst gericht, maar hij kon de trekker toen niet overhalen.
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 maart 2025, voor zover inhoudende (p. 370):
Interpretatie van bevindingen
Op basis van de camerabeelden en de aangetroffen hulzen is er vermoedelijk drie keer geschoten, waarvan twee keer in de garage en één keer buiten de garage. Mogelijk heeft de dader in de garage een patroon uit het vuurwapen geworpen omdat het wapen blokkeerde/weigerde of deze doorgeladen terwijl de het wapen al geladen was. Er zijn in totaal twee mogelijke schotbeschadigingen aangetroffen, één op de garagevloer en door het karton en één op de tegels buiten de garage. In de garage zijn een zilverkleurig fragment en meerdere kleine messingkleurige fragmenten, mogelijk afkomstig van projectielen, aangetroffen. Aangezien het lijkt op de camerabeelden dat het slachtoffer strompelend naar buiten kwam, mogelijk door een verwoning, is het mogelijk dat het slachtoffer binnen in de garage geraakt werd, en vervolgens buiten terwijl hij op de grond lag op de tegels bloed heeft achtergelaten.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 178-179):
Deze beeldrapportage heeft betrekking op 28 januari 2025, de dag van het schietincident.
(…)
In het beeldverslag is kort en bondig samengevat te zien dat:
(…)
- NN1 via de Werkhovenstraat, Lopikstraat terugloopt in de richting van de zwarte Seat en dat het portier van de bijrijder opent en sluit om 10:27 uur;
- na 11 minuten het portier van de bijrijder weer opent en sluit en dat NN1 daarbij uitstapt, de Veenendaalkade op in de richting van de Soestdijksekade;
- NN1 om 10.43 uur weer bij de garage te zien is;
- NN1 kort de garage in- en uitloopt;
- NN1 om 10.44 uur weer naar binnen loopt en dat te zijn is dat hij een vuurwapen op het latere slachtoffer richt;
- NN1 buiten de garage het vuurwapen in de richting van de ingang van de garage wijst met zijn rechterhand en dat hij in zijn linkerhand een telefoon heeft;
- het slachtoffer ten val komt en dat NN1 het vuurwapen op het slachtoffer richt.
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 30 januari 2025, voor zover inhoudende (p. 119-135)
Uit het beeldonderzoek is gebleken dat de verdachte uit een geparkeerde auto stapt. Deze auto is herkend als van het merk SEAT. De auto is getraceerd op de beelden, en er is te zien dat deze aan komt rijden over de Veenendaalkade vanaf de Soestdijksekade om 10:08 uur, waarna de auto uiteindelijk parkeert op de T-splitsing tussen Lopikerstraat en de Veenendaalkade.
Uit camerabeelden blijkt dat de verdachte om 10:12 uur uit de geparkeerde auto stapt en vervolgens via de Lopikerstraat en de Werkhovenstraat richting de garage toe loopt, waar hij arriveert om 10:15 uur.
Na het eerste bezoek van de garage verlaat de verdachte de garage in de richting van de Leersumstraat, waar hij ter hoogte van 85 omkeert en terug loopt naar de garage waar hij arriveert om 10:25 uur.
Hierna is de verdachte de garage uit gegaan, kwam hij niet langs de camera op de Werkhovenstraat en voor het eerst weer langs de camera van het Tuincentrum op de Lopikerstraat 23, waarop te zien is dat de verdachte weer instapt in de auto waarin hij gekomen is. Vervolgens is te zien dat de verdachte langs de Veenendaalkade en langs de Driebergenstraat de hoek om loopt, om vervolgens wederom te arriveren bij de garage om 10:44 uur.
Om 10:44 na het schieten rent de verdachte weg in de richting van de geparkeerde auto over de Werkhovenstraat, Lopikerstraat en vervolgens stapt hij in de auto op de kruising met de Veenendaalkade. De auto begint al uit te parkeren voordat de verdachte bij de auto is, en rijdt vervolgens weg over de Veenendaalkade in de richting van de Soesterdijksekade.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 561-565)
Op camerabeelden is te zien dat de Seat een paar meter de weg op reed, terwijl [medeverdachte 1] nog aan het rennen was. [medeverdachte 1] stapt in, terwijl de Seat al midden op de rijbaan staat.
Vervolgens reed de Seat over de Veenendaal kade weg in de richting van het Soestdijkseplein. Na een paar honderd meter is op camerabeelden van de Veenendaalkade 58 te zien dat een andere auto achteruit vanuit parkeerstand de weg op reed. Te zien is dat de Seat deze auto naderde. Te zien is dat de Seat even stopte. Op het moment dat de andere auto weer vooruit wil rijden, haalde de Seat de andere auto aan de rechterzijde in. De Seat reed vervolgens hard door in de richting van het Soestdijkseplein.
7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 30 januari 2025, voor zover
inhoudende (230-231)
ANPR gegevens zwarte Seat Ibiza, kenteken [kenteken]
Het viel op dat het voertuig in de opgevraagde periode twee maal vervoersbewegingen had in de richting van Den Haag en terug richting Amsterdam, namelijk op maandag 27 januari 2025 en dinsdag 28 januari 2025, respectievelijk één dag vóór het schietincident en de dag van het schietincident.
8. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] , opgemaakt op 10 september 2025, voor zover inhoudende (p. 481-483, 485):
A: Ik moest de meneer in de benen schieten en ik hoorde achteraf dat ik de verkeerde persoon had geraakt. De avond ervoor moest het eigenlijk gebeuren. Er zou maar 1 persoon werken, avond ervoor ging ik erlangs, ik liep de wijk in en toen terug naar huis gegaan.
V: De avond ervoor, waarom toen niet?
A: Ik wilde het eigenlijk niet doen, ik ben die persoon niet tegengekomen. De dag erna werd er meer druk gezet dat ik het moest doen, toen was het in de ochtend.
V: De opdracht, hoe wist je wie je moest hebben, een foto/bericht?
A: Ik had een foto en een omschrijving. Maar het slachtoffer leek wel op de foto.
V: En twijfelde je of je de goede had?
A: Nee eigenlijk niet, ik dacht wel dat hij het moest zijn
V: Je zei net dat je een bericht en foto had ontvangen?
A: Nee niet ontvangen, die werd mij laten zien.
V: Waar?
A: Dat was in de auto
V: Was er nog iets besproken met een derde persoon? Tussen de 2e en 3e keer zat best wat tijd. Waarom nam je de keuze om het wel te doen?
A: Ik zei eerst er is niemand, toen was ik terug en zei ik er was niemand en toen moest ik wel. Ik ben toen de 3e keer gegaan en toen was het incident.
V: Dus als ik het goed begrijp had je dus wel een externe motivatie, je kon het niet-niet doen?
A: Ja
V: Terug naar het schieten zelf, heb je zelf nog in je hoofd hoe het ging, ik moest op zijn benen schieten hoe ging dat?
A: Ik moest op zijn benen schieten, maar het wapen werkte niet, want hij was niet doorgeladen. Dit was allemaal binnen. Toen buiten lag hij op de grond. Ik had buiten de garage had ik twee keer geschoten. Toen had ik niet het idee dat ik hem geraakt had.
V: Heb je vaker vuurwapens in je handen gehad?
A: Nee
V: Heb je wel eens eerder geschoten?
A: Nee
V: Hoe heb je het dan duidelijker gekregen?
A: Verder niks. Het eerste moment was het al wazige foto. De 1e dag beschrijving man met een baard
V: En de 2e dag?
A: Niks veranderd. Turkse man met baard.
V: Maar die mannen lijken niet op elkaar?
A: De foto was wazig, ze leken daardoor best wel op elkaar
9. De verklaring van de verdachte [de verdachte] , afgelegd op de terechtzitting van 29 januari 2026, voor zover inhoudende:
U, de voorzitter, houdt mij voor dat uit het dossier is af te leiden dat de schutter is gebracht en opgehaald met een Seat Ibiza eindigend op SJ. U houdt mij voor dat die auto op mijn naam staat, dat die auto op 27 januari en 28 januari 2025 dezelfde reisbeweging naar Den Haag maakte en dat ik de bestuurder was. Dat klopt.
Ja, we zaten met twee personen in de auto, er was niemand anders bij.
10. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 136-137):
Uit de analyse bleek onder andere dat op 27 januari 2025:
- Om 16.16 uur waren [de verdachte] en de schutter aanwezig bij de Shell De Hackelaar in Muiden. [de verdachte] was de bestuurder van de Seat Ibiza met kenteken [kenteken] .
- Om 16.57 uur reed de voornoemde Seat Ibiza de verzorgingsplaats Den Ruygen Hoek op, waarbij [de verdachte] en de schutter zich in het voertuig bevonden.
- Om 17.03 uur had de schutter een korte ontmoeting met de bestuurder van een grijze Opel Corsa.
- Om 17.53 uur reed de voornoemde Seat Ibiza over de Driebergenstraat in Den Haag. De schutter deed een verkenning te voet in de omgeving van de plaats delict, waarbij hij om 18.36 uur langs de plaats delict liep.
- Om 20.39 uur was [de verdachte] bij het tankstation Avia in Zaandam als bestuurder van de voornoemde Seat Ibiza. De schutter was niet op deze beelden te zien.
11. Het proces-verbaal van bevindingen van de Rijksrecherche , opgemaakt op 15 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 2-3):
Uit rechtens verkregen gegevens van de Kamer van Koophandel ex art. 126nd Sv blijkt dat er op zondag 26 januari om 21:53u onder gebruikmaking van de username [gebruikersnaam 1] in het Handelsregister KVK een raadpleeging plaatsvond van 'Garagebedrijf Zuiderpark' is geraadpleegd, met als vestiging adres Driebergenstraat 158 in Den Haag. Binnen het onderzoek 28Ukelele is vastgesteld dat genoemde username wordt gebruikt door meerdere ambtenaren van de afdeling waar [medeverdachte 3] werkzaam is, maar is verdachte [medeverdachte 3] in dit specifieke geval meer dan vermoedelijk degene was die de bevraging verrichtte. Dat komt omdat de KVK bevraging binnen een paar minuten werd gevolgd door een reeks bevragingen in een systeem van de gemeente Amsterdam genaamd Makelaar Suite (MKS). Dit betreft een applicatie van de gemeente Amsterdam waarmee een koppeling wordt gemaakt met de GBA-V of BRP-V. Deze module bevat persoonsgegevens van Nederlandse ingezetenen wordt beheerd door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG).
Uit rechtens verkregen logfiles van het MKS systeem van de gemeente Amsterdam over de periode tussen 2 maart 2020 en 3 april 2025 ex art. 126nd Sv blijkt dat er op onder gebruikmaking van de username [gebruikersnaam 2] op 26 januari 2025 meerdere bevragingen zijn verricht, waarbij de eerste bevraging plaatsvond middels een zoekvraag op de naam [benadeelde 2] en geboortedatum [geboortedatum 2] . De gebruikersnaam [gebruikersnaam 2] is door de gemeente Amsterdam toegekend aan verdachte [medeverdachte 3] en betreft tevens een verwijzing naar zijn achternaam, waardoor aangenomen kan worden dat [medeverdachte 3] de enige gebruiker is geweest van dit account.
[afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]
Nadere duiding bewijsmiddelen
De rechtbank heeft de bewijsmiddelen 1 tot en met 10 gebruikt voor de bewezenverklaring van feit 1 en de bewijsmiddelen 1 tot en met 11 voor de bewezenverklaring van feit 2.
3.3.2.Dagvaarding II (09/084601-25)
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025088296 (onderzoek 30Triton), van de politie eenheid Districtsrecherche Den Haag-Zuid, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 361).
1. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 maart 2025, voor zover inhoudende (p. 12-13):
Op 18 maart 2025, omstreeks 00.15 uur, was ik, verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam in het werkgebied van de eenheid Den Haag.
Aldaar is een van de adressen te weten: Wingerd in Den Haag, welke valt onder de adressen van het verscherpt rijdend toezicht.
Omstreeks 00.25 uur, reden wij over de Wingerd in de richting van de Laan van Kans. Ik zag ter hoogte van Laan van Kans 2 een voertuig stapvoets rijden. Ik zag dat het voertuig bijna tot stilstand kwam. Ik zei direct tegen collega [verbalisant 2] dat het voertuig opviel door zijn snelheid en het voertuig leek te reageren op onze aanwezigheid.
Ik zag dat het voertuig voorzien was van kenteken [kenteken] . Ik zag dat dit een zwarte Seat betrof. Ik zag dat het voertuig weg reed over de Laan van Kans in de richting van de Laan van Hoornwijck. Ik zag dat het voertuig bij het uitrijden van de wijk hard over de verkeersdrempel reed. Ik zei direct tegen collega [verbalisant 2] dat het voertuig vermoedelijk geen kennis had van deze wijk. Dit omdat hij anders zou weten dat deze verkeersdrempel vrij hoog is waardoor de bumper van iemands voertuig daar hard over heen schaaft bij een bepaalde snelheid. Ik zag dat collega [verbalisant 2] het kenteken bevroeg in de voor ons beschikbare politie-systemen. Ik hoorde dat collega [verbalisant 2] zei dat de ten naam gestelde van het voertuig ingeschreven stond in Amsterdam. Ik hoorde dat collega [verbalisant 2] zei dat de ten naam gestelde bekend was in de politie-systemen met betrekking tot strafbare feiten. Hierop reden wij achter het voertuig aan over de Laan van Hoornwijck in de richting van de Laan van Zuid Hoorn. Ik gaf vervolgens een stopteken middels het rode
transparant "stop politie" waarmee ons politievoertuig is uitgerust. Ik zag dat het voertuig stopte bij de bushalte Laan van 's-Gravenmade aan de Laan van Hoornwijck.
Ik zag dat de bestuurder de enige inzittende van het voertuig was. Ten tijden van het volgen van het voertuig is niemand in of uitgestapt. Ik zag dat collega [verbalisant 2] mij op enig moment mij de telefoon van de bestuurder liet zien. Ik zag dat de navigatie op de telefoon stond geopend. Ik zag dat de meest recente zoekopdracht van de navigatie het adres [adres] te Den Haag stond.
De bestuurder en tevens verdachte bleek later te zijn:
[de verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2003 te [geboorteplaats] .
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 maart 2025, voor zover inhoudende (p. 49-51)
Verdachte
Achternaam: [medeverdachte 2]
Voornamen: [voornamen medeverdachte 2]
Op 18 maart 2025, omstreeks 00:30 uur, bevond ik, verbalisant [verbalisant 3] , mij op de Laan van Hoornwijck te 's-Gravenhage.
Ik zag dat er links van de Laan van Kans een school was gelegen. Ik zag dat de bij de school horende fietsenstalling was omheind met een stenen muur van ongeveer 80 centimeter hoog.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , hoorde collega [verbalisant 4] zeggen dat hij aan de linkerzijde van ons, dit betrof de Laan van Kans een persoon zag staan. Wij zijn naar de man toegereden. Ik zag dat de man een flesje met een blauwe dop in de prullenbak gooide. Ik zag dat de man langzaam van ons wegliep.
Ik zag dat de persoon er als volgt uit zag:
- man;
- licht getint;
- 1.85 meter;
- tussen de 18 en 20 jaar oud;
- zwarte jas aan met capuchon op;
- zwarte trainingsbroek;
- turquoise broek onder zijn trainingsbroek;
- zwarte sneaker.
Ik zag dat voordat de man zijn handen op het dienstvoertuig legde iets in zijn broek stopte ter hoogte van zijn middel bij zijn touwtjes van zijn trainigsbroek.
Ik zag in de prullenbak een flesje liggen met een blauwe dop en op het etiquette stond Spa. Ik trok latex handschoenen aan en haalde het flesje uit de prullenbak.
Hierna ben ik verder doorgelopen achter het muurtje en zag ik een kartonnen doos staan. Ik herkende deze doos als een doos waarin lachgas flessen zitten. Ik zag dat er in de doos een voorwerp met duct tape zat. Ik zag dat er uit het voorwerp met duct tape een witte aansteeklont kwam.
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 20 maart 2025, voor zover inhoudende (p. 106):
Op 18 maart 2025 omstreeks 01:45 uur
In de direct omgeving van het flesje, op circa 30 centimeter afstand, rook ik benzine. Verder weg van het flesje nam ik deze geur niet waar.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 maart 2025, voor zover inhoudende (p. 110)
Op dinsdag 18 maart 2025 omstreeks 01:00
Tijdens deze fouillering voelde ik dat verdachte een aansteker in zijn onderbroek had.
Ik verbalisant haalde ook daadwerkelijk een aansteker uit de onderbroek van verdachte.
Achternaam: [medeverdachte 2]
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 18 maart 2025, voor zover inhoudende (p. 112-113):
Op 18 maart 2025, werd een explosief aangetroffen.
Soort explosief IED (Improvised explosive device) in de vorm van een fascialading.
Uit onderzoek is gebleken dat het explosief een voorwerp is bestemd voor het treffen van personen of zaken door middel van een ontploffing.
Dit voorwerp is een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie II sub 7 van de Wet wapens en munitie.
6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 maart 2025, voor zover inhoudende (p. 115):
Op 7 maart en 9 maart 2025 vonden er 2 explosies plaats in de woonwijk Bosweide te Den Haag. Daarnaast zijn er meerdere verdachte situaties geweest en werden meerdere verdachten aangehouden met explosieven in de buurt van het beoogde doelwit. Uit het onderzoek bleek dat het doelwit de woning gelegen aan de [adres] betrof.
7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 juni 2025, voor zover inhoudende (p. 247-248 ):
In onderzoek 30Fortuna werden de telefoongesprekken gevoerd over het TULP-nummer 3011746939, op vordering van de officier van justitie in onderhavig onderzoek en met machtiging van een rechter-commissaris, opgenomen en uitgeluisterd. Een TULP-nummer wordt aan een verdachte die gedetineerd zit toegewezen. Het TULP-nummer 3011746939 behoorde toe aan verdachte [de verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2003.
(…)
1e Gesprek op 27-4-2025 om 15:24:23 uur
Beller 3011746939 ( [de verdachte] ) - gebelde [telefoonnummer] (tnv [naam] )
In dit gesprek zegt verdachte [de verdachte] onder andere:
- dat hij voor iets doms “geveegd” is. (“Geveegd’ betekend in straattaal aangehouden);
- dat hij een chappie had afgezet, maar dat die “chappie" een explosief had (“chappie" betekend in straattaal maat/vriend/jongen);
- dat ze die “adje" in zijn kaart zagen (“adje" betekend in straattaal adres);
- dat hij de “nawie” nog open had (“nawie" betekend vermoedelijk navigatie);
- dat hij niet samen met hem “geveegd’ is (vermoedelijk bedoelt [de verdachte] dat hij niet samen met hem is aangehouden).
2e gesprek op 27-4-2025 om 15:28:24 uur
Beller 301174629 ( [de verdachte] ) - gebelde [telefoonnummer] (tnv [naam] )
In dit gesprek zegt [de verdachte] onder andere:
- dat die ding was al drie keer gegeven, die “osso” (“Osso” betekend huis in straattaal);
- dat de “scotoe” hem ziet, in zijn auto staande en dat hij zijn “naffie" nog open had met die “adje” (“scotoe" betekend politie in straattaal, “naffie/navvie" betekend vermoedelijk navigatie en “adje" betekend adres in straattaal).
8. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] , opgemaakt op 9 april 2025, voor zover inhoudende (p. 226 - 228)
A: Ik werd die avond opgehaald met de auto. In ben ingestapt. Ik kreeg het verzoek om een pakketje ergens af te leveren. Ik zag dat er een adres stond op een telefoon. Het adres was in Den Haag. Toen zijn we naar Den Haag toegereden.
V: Hoe kwam je aan het pakketje?
A: Ik kreeg dat pakketje van hem in de avond, toen ik in de auto zat.
V: Wie was er nog meer bij?
A: Allen die jongen, die aan mij vroeg om dat pakketje af te geven.
V: Waar kreeg je in de avond dat pakketje?
A: Toen we bijna op de locatie waren die in zijn telefoon stond.
V: Voor onze beeldvorming, de jongen die aan jou vroeg om een pakketje af te geven aan een jongen is dezelfde jongen die samen met jou naar Den Haag is gereden en gekomen op locatie het pakketje aan je heeft gegeven?
A: Ja.
V: Terwijl jij daar op de hoek stond te wachten met dat pakketje, waar is die jongen met zijn auto naar toegegaan dan?
A: Toen ik was uitgestapt, toen kwam de politie aanrijden en toen is die jongen met zijn auto weggereden en ik ben daar blijven staan op de hoek.
V: Medeverdachte [de verdachte] heeft verklaard dat hij jou alleen maar moest afzetten en dat hij dan weer naar huis moest rijden.
A: Tegen mij heeft hij gezegd dat hij zou blijven wachten op het plekje waar hij stond. Dat was vlak in de buurt daar waar ik stond te wachten.