ECLI:NL:RBDHA:2026:2612

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
NL25.52923
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:55d Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart beroepen gegrond wegens overschrijding beslistermijn asielaanvragen en legt dwangsom op

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvragen op 30 april 2024 en moest binnen zes maanden beslissen. Eisers stelden de minister op 28 augustus 2025 in gebreke en dienden daarna beroepen in.

De rechtbank oordeelt dat de beroepen gegrond zijn omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van acht weken na verzending van de uitspraak vast, waarbij de minister verplicht wordt alsnog besluiten te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.

Daarnaast krijgt eisers een proceskostenvergoeding van €467 toegekend, omdat zij een professionele gemachtigde hebben ingeschakeld. De rechtbank behandelt de zaken als samenhangend vanwege de familieband en gelijke indieningsdatum van de aanvragen, waardoor de dwangsom en vergoeding beperkt blijven tot het bedrag van één zaak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen gegrond, legt een beslistermijn van acht weken op en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.52923, NL25.52925 en NL25.52945

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser 1], met V-nummer: [V-nummer],
[eiser 2], met V-nummer: [V-nummer],
[eiser 3], met V-nummer: [V-nummer],
hierna gezamenlijk: eisers (gemachtigde: mr. F.J. Hoppenbrouwer),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvragen).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Zijn de beroepen van eisers gegrond?

3. De minister heeft de aanvragen op 30 april 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvragen beslissen.3 Eisers hebben de minister op 28 augustus 2025 in gebreke gesteld. Eisers hebben meer dan twee weken na de ingebrekestellingen beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvragen. De beroepen zijn kennelijk gegrond.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?
4. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog een besluit te nemen. Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.4 In deze zaken is dit aan de orde.
5. Bij het bepalen van een passende nadere beslistermijn maakt de rechtbank een afweging. Daarbij houdt zij rekening met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming.5 Dat de beslistermijn van 21 maanden6 waarbinnen de behandelingsprocedure dient te worden afgerond inmiddels is overschreden, is één van de aspecten die de rechtbank in deze afweging meeweegt. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat uit de beschikbare stukken blijkt dat eisers nog niet zijn gehoord omtrent hun asielmotieven. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak besluiten op de aanvragen bekend moet maken.
Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?
6. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.7 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.
Conclusie en gevolgen
7. De beroepen zijn gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en dat de minister binnen acht weken alsnog besluiten op de aanvragen bekend moet maken. Als de minister dat niet doet, verbeurt hij een dwangsom.
8. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers ook een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) is dit een vast bedrag, omdat eisers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hen een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaken alleen gaan over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).
9. De rechtbank beschouwt deze zaken vanwege de inhoud als samenhangende zaken. Immers, eisers zijn familie van elkaar en hebben op dezelfde datum hun asielaanvraag ingediend. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in één zaak zou worden toegekend.8 Dit geldt ook voor de te verbeuren rechterlijke dwangsom.9
4 Artikel 8:55d, eerste en derde lid, van de Awb.
6 Artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn.
7 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten;
  • draagt de minister op om
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
8 Artikel 3 van Pro het Bpb.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
05 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.