Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. T. Stelpstra)
Procesverloop
Overwegingen
ECLI:NL:RVS:2024:3552en 11 april 2025,
ECLI:NL:RVS:2025:1642geoordeeld dat verweerder ten aanzien van Frankrijk van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag (blijven) uitgaan. Eiseres heeft onvoldoende aanknopingspunten aangedragen om hier nu anders over te oordelen. Dat eiseres een alleenstaande vrouw is, is hiervoor niet genoeg. Eiseres heeft verwezen naar twee passages uit de AIDA-rapporten waaruit blijkt dat zowel alleenstaande mannen als vrouwen problemen kunnen ondervinden met toegang tot opvang in Frankrijk omdat de nadruk bij gezinnen ligt. Hieruit volgt echter niet dat op voorhand sprake is van een reëel risico op schending van artikel 4 van Pro het EU Handvest of artikel 3 van Pro het EVRM. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de hiervoor genoemde uitspraken van 30 augustus 2024 en 11 april 2025 zijn de opvangproblemen daarvoor niet structureel en ernstig genoeg. Het feit dat de Afdeling wel eens terug komt op haar oordeel over het interstatelijk vertrouwensbeginsel – zoals ten aanzien van alleenstaande mannen in Dublin-België zaken – leidt ook niet tot een ander oordeel. Zo’n ander oordeel wordt meestal wordt ingegeven door een beroep op nieuwe informatie. Daarvan is hier geen sprake (zoals hiervoor overwogen).