Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Indiase derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne en tijdelijke bescherming genoot na de inval van Rusland, werd geconfronteerd met een besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 maart 2024. Dit leidde tot een terugkeerbesluit waarbij eiser binnen vier weken moest terugkeren naar India.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat Oekraïense ontheemden wel bescherming behouden, en dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De rechtbank oordeelde dat het onderscheid tussen Oekraïners en derdelanders gerechtvaardigd is, omdat de tijdelijke bescherming van derdelanders facultatief is en van rechtswege eindigt. De bevriezingsmaatregel werd als feitelijke opschorting beoordeeld en niet als rechtmatig verblijf.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat geen toezeggingen waren gedaan dat derdelanders gelijk behandeld zouden worden als Oekraïners. Tevens werd geen strijd met het non-refoulementbeginsel vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit na beëindiging van tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.