Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
mr.J.F.P. van Brunschot, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een staatloze afkomstig uit Gaza, diende op 21 mei 2026 een asielaanvraag in. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat Egypte als veilig derde land werd beschouwd en eiser niet meer onder bescherming van UNRWA viel. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelt dat eiser kort voor het indienen van zijn asielaanvraag daadwerkelijk bescherming en bijstand van UNRWA genoot, maar dat deze bescherming is opgehouden te bestaan vanwege de oorlogssituatie in Gaza. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat een tijdelijk verblijf buiten het UNRWA-mandaatgebied niet gelijkstaat aan vrijwillige afstand van bescherming.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder om per direct een verblijfsvergunning asiel te verlenen met ingang van de datum van de aanvraag, geldig voor vijf jaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en beveelt verlening van een verblijfsvergunning asiel voor vijf jaar aan eiser.