ECLI:NL:RVS:2025:4512
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing uitsluitingsgrond UNRWA
Appellant, een staatloze Palestijnse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de uitsluitingsgrond van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag niet op appellant van toepassing was, mede omdat appellant zich niet tot de UNRWA had gewend voor bescherming.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de uitsluitingsgrond niet van toepassing is. Appellant heeft een UNRWA-registratiekaart en heeft langdurig in een UNRWA-kamp in Libanon gewoond, wat aannemelijk maakt dat zij daadwerkelijke bijstand van de UNRWA heeft ontvangen. Dit valt onder de reikwijdte van de uitsluitingsgrond, ongeacht dat appellant zich niet specifiek tot de UNRWA wendde voor haar problemen met Hezbollah.
Voorts oordeelt de Afdeling dat het feit dat appellant Libanon vrijwillig verliet voor familiebezoek en haar asielaanvraag pas een halfjaar later indiende, niet afdoet aan de toepassing van de uitsluitingsgrond. De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 12 mei 2023 en de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij de minister de insluitingsgrond moet betrekken.
De minister wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant ten bedrage van € 2.721,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.