ECLI:NL:RVS:2025:3671
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens uitsluiting op grond van UNRWA-bescherming
Betrokkene, een staatloze Palestijn, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 1(D) van het Vluchtelingenverdrag, dat personen uitsluit die bescherming ontvangen van andere VN-organen dan de UNHCR, zoals de UNRWA. De rechtbank oordeelde dat betrokkene daadwerkelijk bescherming en bijstand van de UNRWA heeft genoten door zijn langdurige verblijf in een UNRWA-vluchtelingenkamp in Libanon en dat hij daarom onder de uitsluitingsgrond valt.
De minister voerde aan dat betrokkene geen daadwerkelijke bijstand had ontvangen en dat zijn situatie geen gemarginaliseerd bestaan weerspiegelde. De Afdeling verwierp dit standpunt en bevestigde dat registratie en langdurig verblijf in een UNRWA-kamp voldoende zijn om de uitsluiting toe te passen.
Daarnaast behandelde de Afdeling de insluitingsgrond, waarbij de rechtbank oordeelde dat de minister een actuele beoordeling moet maken van de vraag of de UNRWA nog in staat is om adequate bescherming te bieden. De Afdeling bevestigde dat de minister dit niet volledig had gedaan en dat een nieuw besluit vereist is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Hoger beroep minister wordt ongegrond verklaard; uitspraak rechtbank bevestigd en minister moet nieuw besluit nemen.