ECLI:NL:RBDHA:2026:20385
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met Iran
Eiseres, een Iraanse vrouw, vroeg een visum voor kort verblijf in Nederland aan om haar neef te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van sociale en economische binding met Iran en redelijke twijfel over haar terugkeer.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht oordeelde dat eiseres onvoldoende sociale binding heeft, gezien haar leeftijd, weduwschap en volwassen kinderen die niet afhankelijk zijn van haar zorg. Ook de economische binding was onvoldoende, omdat eiseres niet aannemelijk maakte dat zij fysiek in Iran moet verblijven om haar pensioen te ontvangen of haar onroerend goed te beheren.
Eiseres voerde aan dat zij eerder een visum kreeg en dat artikel 14 lid 6 Visumcode Pro haar betrouwbaarheid ondersteunt, maar de rechtbank stelde dat elke aanvraag op eigen merites beoordeeld moet worden. De hoorplicht werd niet geschonden omdat eiseres geen nieuwe relevante informatie aanvoerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de visumaanvraag. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de visumaanvraag wegens onvoldoende sociale en economische binding en redelijke twijfel over tijdige terugkeer.