In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 29 december 2021. De rechtbank had in een eerdere procedure de minister al een beslistermijn van acht weken opgelegd en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000,- vastgesteld.
De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waarop eiser een tweede beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’ van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank legt opnieuw een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van de beslistermijn, met een maximum van €15.000,-. De dwangsom wordt als redelijk beschouwd en bedoeld als prikkel voor tijdige besluitvorming. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €467,-.