Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn asielaanvraag van 12 juni 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij legt de minister op om uiterlijk op 7 mei 2026 alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' en de maximale beslistermijn van 21 maanden. De rechtbank acht deze termijn passend en zorgvuldig.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.