ECLI:NL:RBDHA:2026:20277
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A. Bouter - Rijksen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië-verantwoordelijkheid
Eiser, van Palestijnse nationaliteit, diende op 9 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser via Kroatië het grondgebied illegaal was binnengekomen en daar al een verzoek om internationale bescherming had ingediend.
Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling en wees op het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Nederland mag aannemen dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser voerde aan dat Kroatië tekortschiet door pushbacks en slechte opvang, onderbouwd met rapporten en persoonlijke ervaringen, en dat overdracht aan Kroatië een onevenredige hardheid oplevert.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te weerleggen. De aangevoerde rapporten en persoonlijke verklaringen waren onvoldoende om aan te tonen dat hij bij overdracht een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook het beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro wegens onevenredige hardheid werd verworpen, omdat eiser geen medische onderbouwing gaf voor zijn traumatische ervaringen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.