ECLI:NL:RBDHA:2026:2023
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit naar Marokko
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder besloot op 7 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 maart 2024, waarna eiser binnen vier weken moest terugkeren naar Marokko. Na prejudiciële vragen aan het HvJ EU en daaropvolgende jurisprudentie werd het eerdere besluit aangepast in een vervangend terugkeerbesluit van 19 augustus 2025.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar Marokko een reëel risico op ernstige schade oplevert en dat zijn recht op familie- en privéleven in Nederland wordt geschonden. Ook stelde hij dat hij niet is gehoord voorafgaand aan het terugkeerbesluit. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor het risico op ernstige schade en dat zijn asielaanvraag definitief buiten behandeling was gesteld. Daarnaast is niet gebleken dat hij een beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland heeft opgebouwd.
De rechtbank stelde vast dat eiser wel degelijk gelegenheid heeft gehad om te reageren op het voornemen tot terugkeerbesluit, waardoor geen schending van de hoorplicht is vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, het vervangend terugkeerbesluit blijft van kracht en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangend terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en eiser moet binnen vier weken terugkeren naar Marokko.