Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro);
€ 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn, die uiterlijk op 29 februari 2024 had moeten verlopen, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
Verweerder hanteert het fifo-principe voor de behandeling van nareisaanvragen, waardoor de aanvragen van eisers pas in maart 2025 in behandeling zouden worden genomen. De rechtbank acht dit echter geen reden om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren of een ruimere beslistermijn toe te staan.
De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een bijzonder geval en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 5 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder binnen vier weken een besluit te nemen op de aanvragen gezinshereniging en legt een dwangsom op bij overschrijding.