ECLI:NL:RBDHA:2026:20053
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens actuele bedreiging openbare orde
Eiser, een Poolse burger die sinds 2023 officieel in Nederland staat geregistreerd, is veroordeeld tot gevangenisstraffen wegens poging tot doodslag en mishandeling. De minister van Asiel en Migratie heeft op grond hiervan het verblijfsrecht van eiser beëindigd en hem tot ongewenst vreemdeling verklaard. Eiser betwist dit besluit en voert aan dat zijn gedrag geen actuele bedreiging vormt en dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank overweegt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, mede gelet op zijn strafrechtelijke veroordelingen in Nederland en Polen, het patroon van geweldsdelicten en recente gedragingen tijdens detentie. De minister heeft ook terecht afgezien van het horen van eiser in bezwaar, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die tot een ander besluit zouden kunnen leiden.
De rechtbank wijst de beroepsgronden van eiser af, waaronder zijn betwisting van de actualiteit van de bedreiging, zijn persoonlijke en familiale banden met Nederland en het ontbreken van een hoorzitting in bezwaar. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter C.M. Dijksterhuis op 8 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.