ECLI:NL:RBDHA:2026:20051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en geen vrees voor vervolging in Turkije
Eiser, van Turkse nationaliteit, vroeg asiel aan vanwege vermeende vervolging door Turkse autoriteiten vanwege zijn activiteiten voor de Gülenbeweging. De minister wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de overgelegde documenten en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de authenticiteit van de rechtbankdocumenten betwistte op basis van het onderzoek van Bureau Documenten. Eiser bracht onvoldoende concrete aanwijzingen naar voren om het onderzoek te betwijfelen en leverde geen contra-expertise. De bevestiging van volgnummers in het Turkse UYAP-systeem was onvoldoende bewijs voor de echtheid van de documenten.
Verder concludeert de rechtbank dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op vervolging bij terugkeer naar Turkije. Hoewel hij erkend wordt als Gülenist, heeft hij sinds 2016 geen activiteiten meer verricht en geen prominente rol gespeeld. De financiële steun aan familieleden leidt niet tot een gegronde vrees.
De rechtbank bevestigt dat het beleid van de minister geen lichtere bewijslast voor geringe indicaties kent en dat het aan de vreemdeling is om zijn individuele situatie aannemelijk te maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en geen gegronde vrees voor vervolging.