Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
isgewijzigd en het staat de minister in beginsel vrij om beleid te wijzigen naar ander aanvaardbaar beleid. Een dergelijke beleidswijziging kan berusten op een wijziging in de feitelijke situatie, maar ook op een gewijzigde beoordeling van de veiligheidssituatie of verband houden met een beleidsmatige afweging. Dat betekent dat niet beoordeeld hoeft te worden of de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat de situatie van Gülenaanhangers in Turkije voldoende is verbeterd. [12] Wat wél moet worden beoordeeld is of de minister, gelet op de beschikbare algemene informatie, terecht heeft geconcludeerd dat niet iedere Gülenaanhanger bij terugkeer naar Turkije heeft te vrezen voor vervolging en hij daarom per geval aan de hand van de individuele omstandigheden die vrees beoordeelt. Daarop zal de rechtbank hierna ingaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 9 juli 2025;
- draagt de minister op binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.