ECLI:NL:RBDHA:2026:1969
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens ondeugdelijke motivering over geweldssituatie in Syrië
Eiser, een Syrische asielzoeker afkomstig uit Damascus, diende op 16 mei 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 10 december 2025 af, stellende dat de laagste gradatie van willekeurig geweld in Syrië geldt en eiser geen individueel risico loopt.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 11 december 2025 waarin werd geoordeeld dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat de laagste gradatie van willekeurig geweld van toepassing is. Verweerder stelde dat deze uitspraak alleen betrekking had op Homs en niet op Damascus, en verwees naar een EUAA-rapport dat Damascus als relatief stabiel beschouwt.
De rechtbank oordeelt echter dat de humanitaire omstandigheden in Damascus niet minder ernstig zijn dan elders in Syrië en dat verweerder deze omstandigheden niet heeft betrokken bij zijn beoordeling, wat een motiveringsgebrek oplevert. Daarom kan het bestreden besluit niet in stand blijven.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering over de geweldssituatie in Syrië.