ECLI:NL:RBDHA:2026:19571
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvullend terugkeerbesluit naar Algerije in vreemdelingenrechtelijke procedure
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen een aanvullend terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, waarin Algerije is aangewezen als land van terugkeer. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 behandeld en concludeert dat het terugkeerbesluit in stand kan blijven.
De minister baseert het terugkeerbesluit op de dubbele nationaliteit van eiser, waarbij Algerije als terugkeerland wordt aangenomen. De diplomatieke vertegenwoordiging van Algerije bevestigde de nationaliteit van eiser en gaf een toezegging af. Eiser voerde aan dat hij niemand in Algerije heeft en dat onvoldoende is onderzocht of hij daar wordt toegelaten, maar deze argumenten werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank oordeelt dat de minister een deugdelijke en geactualiseerde refoulementbeoordeling heeft verricht, waarbij is vastgesteld dat eiser geen reëel risico loopt op schending van het non-refoulementbeginsel bij terugkeer naar Algerije. Het beroep is daarom ongegrond verklaard, het terugkeerbesluit blijft van kracht en eiser hoeft geen griffierecht te betalen noch proceskosten vergoed te krijgen.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit naar Algerije wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.