ECLI:NL:RBDHA:2026:19493
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse LHBTI-vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid LHBTI-motief
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker die zich beroept op bedreiging vanwege zijn seksuele gerichtheid, diende op 5 maart 2023 een asielaanvraag in. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 4 december 2025 af wegens ongeloofwaardigheid van de identiteit en het LHBTI-motief.
De rechtbank oordeelt dat hoewel eiser geen geldig identiteitsdocument kon overleggen, hij wel een Nederlandse geboorteakte en een oud W-document heeft ingediend. De minister had de identiteit aanvankelijk ongeloofwaardig geacht, maar dit standpunt later ingetrokken. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek, maar passeert dit omdat eiser niet in zijn belangen is geschaad.
Ten aanzien van het LHBTI-motief acht de rechtbank de verklaringen van eiser onvoldoende overtuigend. Ondanks uitvoerige verklaringen over zijn seksuele gerichtheid en de maatschappelijke context in Nigeria, geeft hij onvoldoende inzicht in zijn persoonlijke gevoelens en ontwikkeling. De rechtbank vindt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn verhaal toe te lichten.
De rechtbank bevestigt dat de minister een LHBTI-coördinator heeft geraadpleegd conform de werkinstructie 2019/17. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van het LHBTI-motief.