Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 194 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden;
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De aanvraag was ingediend op 19 april 2024, terwijl de minister uiterlijk 17 oktober 2024 had moeten beslissen. De minister is rechtsgeldig in gebreke gesteld op 30 oktober 2024 en het beroep is tijdig ingediend op 18 maart 2025.
De rechtbank overweegt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en dat het beroep gegrond is. De minister hanteert het fifo-principe met een redelijke beslistermijn van twintig weken, maar de rechtbank acht dit een bijzonder geval en legt een termijn van acht weken op voor het nemen van een besluit, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank bepaalt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 en veroordeelt de minister tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, vergoeding van het griffierecht van €194 en proceskosten van €467. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig genomen besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.