ECLI:NL:RBDHA:2026:19086
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen beëindiging rijksbijdrage Landelijke Vreemdelingenvoorziening Utrecht
De gemeente Utrecht heeft beroep ingesteld tegen 43 besluiten van de minister van Asiel en Migratie waarin de bezwaren van meerdere vreemdelingen tegen de beëindiging van de rijksbijdrage aan de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) in Utrecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. De LVV bood opvang en begeleiding aan vreemdelingen die illegaal in Nederland verbleven, maar de minister heeft de samenwerking en financiering per 1 januari 2025 stopgezet.
De rechtbank oordeelt dat de gemeente Utrecht geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten, omdat zij geen rechtstreeks en persoonlijk belang heeft bij de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren van vreemdelingen. De gestelde schade door de gemeente is niet direct verbonden aan deze besluiten, en toekomstige onzekerheden over opvang van vreemdelingen kunnen geen belang vormen.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk en doet zij uitspraak zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 19 juni 2026.
Uitkomst: De beroepen van de gemeente Utrecht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van vreemdelingenbezwaar zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebberschap.