ECLI:NL:RVS:2019:4007
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen watervergunning vanwege gebrek aan belanghebbendheid
Het Hoogheemraadschap verleende op 1 mei 2017 een watervergunning voor werkzaamheden in een watersysteem nabij Markenbinnen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege mogelijke nadelige gevolgen voor hun woningen en het nabijgelegen fort, waaronder funderingsschade door peilverlaging.
Het Hoogheemraadschap verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de beperkte peilverlaging van circa 15 cm slechts bij één waterloop plaatsvindt, zonder invloed op het waterpeil rondom het dorp en de woningen van appellanten.
In hoger beroep betoogden appellanten dat cumulatieve effecten en een convenant uit 1991 hen als belanghebbenden aanmerken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het belang onvoldoende concreet en persoonlijk is en dat de peilverlaging geen feitelijke gevolgen van betekenis heeft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens gebrek aan belanghebbendheid.