Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
19 december 2024 (arrest Kaduna) [9] . Het HvJ heeft geoordeeld dat het Unierecht het een lidstaat toestaat om de verleende facultatieve tijdelijke bescherming op een eerder tijdstip in te trekken dan dat waarop de verplichte tijdelijke bescherming geen rechtsgevolgen meer heeft, zolang de lidstaat de algemene beginselen van het Unierecht in acht neemt. Ook heeft het HvJ geoordeeld dat het de lidstaten niet is toegestaan een terugkeerbesluit te nemen voordat de tijdelijke bescherming is geëindigd.
10 juli 2025 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, naar aanleiding van het arrest Kaduna einduitspraak [12] gedaan.
17 januari 2024. In die uitspraak is geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van zogenoemde derdelanders van rechtswege, dat wil zeggen: automatisch, op 4 maart 2024 eindigt. De brief roept dus geen nieuwe juridische gevolgen in het leven. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk
4 maart 2024 eindigt en wat hiervan de gevolgen zijn. Deze mededeling aan eiser is niet op rechtsgevolg gericht, maar puur informatief van aard. De wijziging in de rechtspositie van eiser vloeit namelijk van rechtswege voort – zo volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024 – uit de RTB en de daarop gebaseerde besluitvorming van de Raad van de Europese Unie (Raad). Dat oordeel heeft de Afdeling later bevestigd. [14] Deze mededeling is dan ook niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb.