Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse asielzoeker geboren in 2007, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verweerder stuurde een terugnameverzoek aan Duitsland, dat werd geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat verweerder ten onrechte geen gebruik maakte van zijn discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, mede vanwege gezinsbanden en de medische situatie van zijn moeder. De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit zorgvuldig en deugdelijk had gemotiveerd en dat het verblijf van familie in Nederland geen doorslaggevende betekenis heeft.
Daarnaast stelde eiser dat overdracht aan Duitsland indirect refoulement zou opleveren. De rechtbank volgde dit niet, omdat geen aanwijzingen waren dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.