ECLI:NL:RBDHA:2026:1823
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en ontbreken gegronde vrees voor vervolging
Eiser, een Somalische nationaliteit behorend tot de Hawiye Murursade bevolkingsgroep, diende op 9 november 2023 een asielaanvraag in die door de minister op 17 september 2025 werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat eiser zijn beweringen over problemen met Al-Shabaab vanwege zijn werkzaamheden voor de Somali Farmers Association (SFA) niet geloofwaardig had onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat het beleid van de minister, neergelegd in werkinstructie 2024/6, niet in strijd is met het Unierecht. Hoewel eiser documenten heeft overgelegd, zijn deze niet voldoende objectief en verifieerbaar om zijn relaas te ondersteunen. De minister heeft terecht geoordeeld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Somalië een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en ontbreken van gegronde vrees voor vervolging.