Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
De minister hanteert het fifo-principe voor de behandeling van nareisaanvragen, waardoor de aanvragen van eisers naar verwachting pas in december 2025 worden behandeld. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek, en stelt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 vast.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €467 aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 30 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.