Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige in de zaak tussen
[eiser],
[eiseres],
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
5.3 Daarnaast heeft verweerder ook onvoldoende gewicht toegekend aan de financiële situatie van eisers. Eisers zijn, zoals onder meer blijkt uit de overgelegde investerings- en portfolio verklaringen, financieel zeer welgesteld. Daarnaast hebben zij zowel in Iran als in het Verenigd Koninkrijk veel onroerend goed in hun bezit, waaruit ook huurinkomsten worden ontvangen. Verweerder stelt zich enkel op het standpunt dat het bezit van onroerende goed in Iran niet betekent dat eisers aanwezigheid in Iran vereist is voor bijvoorbeeld beheer of verkoop. Maar verweerder motiveert ten onrechte niet waarom ook in het geval van eisers, ondanks hun gehele financiële situatie, vrees bestaat dat zij langere tijd in Nederland zullen verblijven, zodat strikt moet worden vastgehouden aan het vereiste van economische binding.
5.4 Naar oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee niet deugdelijk gemotiveerd dat er in het geval van eisers een redelijke twijfel bestaat dat zij niet tijdig zullen terugkeren naar Iran. Deze beroepsgrond slaagt ook.
Conclusie en gevolg
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eisers met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eisers te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
mr. L.M. Jongejans, griffier.