ECLI:NL:RBDHA:2026:17775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening gronden bij aanvraag uitstel vertrek
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, verzocht op 13 november 2023 om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat deze niet compleet was en gaf eiser de mogelijkheid om binnen twee weken aanvullende bewijsmiddelen te leveren, wat niet gebeurde.
Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk omdat de gronden van bezwaar niet tijdig waren ingediend. Eiser ontkende de ontvangst van de herstelverzuimbrief van 26 februari 2024, maar verweerder maakte met een printscreen van het verzendregistratiesysteem aannemelijk dat de brief op 27 februari 2024 naar de gemachtigde van eiser was verzonden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de brief was verzonden en dat eiser onvoldoende had aangevoerd om de ontvangst redelijkerwijs te betwijfelen. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De inhoudelijke beoordeling van de aanvraag werd niet aan de orde gesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de gronden.