ECLI:NL:RBDHA:2026:17715
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens te late omzetting maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser werd op 21 april 2026 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en kreeg een maatregel van bewaring opgelegd. De maatregel werd op 7 mei 2026 opgeheven, maar eiser stelde dat de omzetting van de maatregel te laat had plaatsgevonden, waardoor sprake was van onrechtmatige vrijheidsontneming.
De rechtbank stelde vast dat eiser terecht op de juiste wettelijke grondslag was opgehouden, ondanks dat een kopie van een verlopen paspoort in het dossier zat. De maatregel van bewaring had binnen twee dagen na het indienen van de asielaanvraag op 4 mei 2026 moeten worden omgezet, maar dit gebeurde pas op 7 mei 2026. Hierdoor duurde de onrechtmatige vrijheidsontneming vier dagen voort.
De rechtbank voerde een ambtshalve toetsing uit en vond geen andere gronden die de rechtmatigheid van de maatregel vóór 4 mei 2026 in twijfel trokken. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding toe van €480,- voor de vier dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde de Staat tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €480,- toe wegens te late omzetting van de maatregel van bewaring.