Eisers hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen belanghebbenden vanwege opslag van dakpannen en een ladder op het dak van een uitbouw, uit vrees voor de constructieve veiligheid van hun aangrenzende woning. Het college van burgemeester en wethouders van Hillegom wees dit verzoek af, stellende dat de constructieberekeningen en een extern deskundigenrapport geen gevaar voor de constructieve veiligheid aantonen.
Eisers voerden aan dat het college een te beperkt toetsingskader hanteerde en onvoldoende onderzoek deed, waaronder het ontbreken van een locatiebezoek en metingen. Ook stelden zij dat het beroep tevens moest gelden als beroep wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelde dat het college terecht alleen aan artikel 3.8 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) toetste, omdat het handhavingsverzoek zich richtte op bestaande bouw en niet op verbouw.
De rechtbank vond dat het college zich op goede gronden baseerde op de constructieberekeningen en het deskundigenrapport, en dat eisers onvoldoende aannemelijk maakten dat deze onjuist waren. Het beroep wegens niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het college de dwangsom reeds had toegekend en het doel van de dwangsom was bereikt.
Het verzoek van belanghebbenden om het beroep wegens misbruik van procesrecht af te wijzen werd gehonoreerd. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eisers geen proceskostenvergoeding krijgen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk.