Uitspraak
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Uitreiken brochure6. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat verweerder de informatiebrochure 'De Dublinprocedure - Informatie voor personen die om internationale bescherming verzoeken en zich in een Dublinprocedure bevinden' (Deel B) bij het aanmeldgehoor niet aan eiseres heeft uitgereikt. Tijdens het gehoor is eiseres wel op de informatie uit de brochure gewezen. In artikel 4, tweede lid, van de Dublinverordening is vastgelegd dat de informatie schriftelijk moet worden verstrekt waarbij gebruik wordt gemaakt van de voor dat doel opgestelde gemeenschappelijke brochure. Door enkel op de inhoud te wijzen zonder de informatie schriftelijk te verstrekken is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek, zodat het besluit in strijd is met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres is door de gehoormedewerker wel gewezen op de inhoud van de brochure, heeft gelegenheid gehad om haar verhaal te doen en haar is gevraagd om haar bezwaren tegen overdracht aan Kroatië toe te lichten. De ingediende zienswijze is betrokken in de besluitvorming en in de beroepsfase heeft eiseres kunnen reageren op het bestreden besluit. Eiseres heeft onvoldoende aangevoerd welke concrete informatie zij heeft gemist en in welk belang zij daardoor is geschaad. Omdat niet is gebleken dat eiseres door de gang van zaken is benadeeld, ziet de rechtbank aanleiding om het gebrek met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb te passeren.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat hij voor Kroatië uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft in haar uitspraak van 9 oktober 2024 [4] geoordeeld dat voor Kroatië van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uit kan worden gegaan. De Afdeling heeft dit nogmaals bevestigd in de uitspraken van 6 maart 2025 [5] en 21 november 2025. [6] Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat er in Kroatië sprake is van een fundamentele systeemfout in de asielprocedure of de opvangvoorzieningen die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereikt zoals bedoeld in het Jawo-arrest. [7] Eiseres is hier niet in geslaagd. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen informatie naar voren heeft gebracht die aanleiding geeft om tot een andere conclusie te komen. Zo zijn het AIDA-rapport en de Human Rights Watch Report van 2024 waar eiseres naar verwijst uitgebracht vóór de laatstgenoemde uitspraak van de Afdeling. Verder heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiseres over haar ervaringen onvoldoende zijn, nu zij deze niet heeft onderbouwd. Verweerder heeft er in dit verband ook terecht op gewezen dat eiseres heeft verklaard maar één dag in Kroatië te hebben verbleven en dat zij niet eerder als Dublinclaimant aan Kroatië is overgedragen. Ook heeft verweerder er terecht op gewezen dat als eiseres problemen ervaart in Kroatië zij daarover een klacht bij de autoriteiten kan indienen.