ECLI:NL:RBDHA:2026:17569
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsdocument ongehuwde partner EU/EER
Verzoekster, een Kaapverdische vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument als ongehuwde partner van een EU-burger. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat zij en haar partner zes maanden samenwoonden of een duurzame relatie hadden. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar werd niet gehoord in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelt dat het niet horen van verzoekster in bezwaar onrechtmatig is, omdat er voldoende aanwijzingen waren die een ander oordeel konden rechtvaardigen, zoals inschrijving in de Basisregistratie Personen en diverse bewijsstukken.
De rechtbank stelt vast dat een hoorzitting essentieel is om twijfels weg te nemen en de feitelijke situatie te verduidelijken. Omdat verweerder niet heeft voldaan aan de hoorplicht, wordt het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt opgedragen verzoekster alsnog te horen en een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van de hoorplicht in bezwaarprocedures en de zorgvuldige toetsing van duurzame relaties bij verblijfsaanvragen van ongehuwde partners van EU-burgers.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het verblijfsdocument wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na horen van verzoekster.