Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 21 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, die op 20 augustus 2024 werd afgewezen. Na een eerdere vernietiging van het besluit en een nieuw besluit van 8 mei 2025, dat wederom afwijzend was, stelde eiser beroep in. De rechtbank behandelde het beroep op 23 maart 2026, waarbij eiser niet verscheen en zich afmeldde vanwege angst voor politie.
Eiser gaf aan de Soedanese nationaliteit te betwisten en vreest vervolging bij terugkeer naar Soedan, maar de minister achtte zijn Soedanese nationaliteit geloofwaardig en vond geen reëel risico op ernstige schade. Op 13 mei 2026 meldde de minister dat eiser het Schengengebied had verlaten, wat de rechtbank deed twijfelen aan het procesbelang.
De rechtbank overwoog dat zolang eiser contact houdt met zijn gemachtigde, hij doorgaans procesbelang heeft, tenzij concrete aanwijzingen anders suggereren. Gezien het vertrek van eiser uit het Schengengebied, het ontbreken van duidelijke informatie over zijn verblijfplaats en het feit dat hij zelf de opvang in Nederland verliet, concludeerde de rechtbank dat eiser geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en deed geen inhoudelijke beoordeling. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 23 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek uit het Schengengebied.