ECLI:NL:RBDHA:2026:16877
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit behorende tot de Urdu bevolkingsgroep, diende op 25 april 2022 een asielaanvraag in die door de minister op 16 oktober 2025 werd afgewezen. De rechtbank beoordeelde het beroep op 23 april 2026 en oordeelde dat de minister terecht de problemen met een persoon genaamd [persoon A] ongeloofwaardig achtte.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende documenten had overgelegd en geen goede verklaring gaf voor het ontbreken daarvan. Daarnaast vormden zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel, met tegenstrijdigheden over zijn vertrek uit Haripur, de aard van zijn verwondingen, beschermingsmogelijkheden en de motieven van [persoon A].
Verder werd geoordeeld dat eiser zijn asielaanvraag in Nederland tijdig had ingediend, waardoor het tegenwerpen van artikel 31, zesde lid, onder d van de Vreemdelingenwet 2000 niet standhield. De algemene situatie in Khyber Pakhtunkhwa bood geen verhoogd risico op ernstige schade voor eiser.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade.