Eisers, beiden met de Marokkaanse nationaliteit, vroegen een visum kort verblijf aan om Nederland te bezoeken. De minister wees de aanvraag af vanwege onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Marokko en twijfels over het voornemen om tijdig terug te keren.
Eisers maakten bezwaar tegen deze afwijzing, maar de minister verklaarde het bezwaar ongegrond zonder een hoorzitting te houden. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van het horen, omdat er onduidelijkheden bestonden over de economische en sociale binding van eisers met Marokko die door een hoorzitting mogelijk opgehelderd hadden kunnen worden.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de minister binnen zes weken een nieuw besluit te nemen na het houden van een hoorzitting. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de hoorplicht in bezwaarprocedures en dat een minister niet zonder meer mag afzien van een hoorzitting als er twijfel bestaat over de aangevoerde gronden.