Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16637

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
NL25.57037
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vreemdelingenwet 2000Art. 31 lid 6 Vreemdelingenwet 2000Art. 3.37d Voorschrift VreemdelingenParagraaf B8/6 Vreemdelingencirculaire 2000Paragraaf C7/30.3.2.2 Vreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid gedwongen uithuwelijking en beschermingsalternatief

Eiseres, een Somalische vrouw, verzocht om asiel vanwege gedwongen uithuwijking door haar oom en de daaruit voortvloeiende dreiging voor haar veiligheid. Zij stelde dat haar oom haar wilde uithuwelijken aan zijn zoon en haar mishandelde toen zij dit weigerde. Na een incident waarbij haar oom haar vastbond, vluchtte zij uit Somalië uit vrees voor haar leven.

De minister wees de asielaanvraag af omdat het verhaal over de uithuwijking niet geloofwaardig werd geacht en omdat eiseres niet voldeed aan het beleid voor alleenstaande vrouwen, aangezien zij nog contact had met haar moeder die in een relatief veilige plaats verbleef. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het beschermingsalternatief van die plaats had aangewezen en dat de verklaringen van eiseres onvoldoende samenhangend en aannemelijk waren.

De rechtbank verwierp ook de stelling dat eiseres een reëel risico liep op willekeurig geweld bij terugkeer en dat er geen adequate opvang zou zijn. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Janssen op 28 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57037

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.E. Muller),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. E.E.G.M. van der Meulen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Dat betekent dat het beroep ongegrond is en eiseres geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 17 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, A. Jamal Abdilahi als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres heeft de Somalische nationaliteit. Aan haar asielaanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat haar oom haar wilde uithuwelijken aan zijn zoon. Eiseres heeft dit meerdere malen geweigerd, waarop haar oom haar herhaaldelijk heeft mishandeld. Op een avond kwam de oom met een loopstok naar het huis van eiseres en haar moeder om eiseres mee te nemen. Hierbij sloeg hij de moeder van eiseres. Het geschreeuw trok de aandacht van de buren en uiteindelijk zorgde de buurman ervoor dat de oom wegging. De oom dreigde om de volgende ochtend terug te komen. Eiseres is daarom gevlucht naar een huis in de buurt. Haar oom ontdekte dit, haalde eiseres daar op, bracht haar terug naar haar eigen huis, bond haar vast en vertrok. De moeder van eiseres heeft haar losgemaakt en ervoor gezorgd dat eiseres kon vertrekken naar [plaats] . Vanuit daar wist zij Somalië te verlaten. Bij terugkeer vreest eiseres dat ze zal worden vermoord door haar oom.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst; en
de gedwongen uithuwelijking door de oom van eiseres.
4.1.
De minister vindt het eerste asielmotief geloofwaardig. De enkele omstandigheid dat eiseres afkomstig is uit Somalië is echter onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. Van eiseres kan worden verlangd dat zij zich vestigt in [plaats] , nu haar moeder daar verblijft. In [plaats] is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld en eiseres heeft met haar verklaringen niet aannemelijk gemaakt dat zij een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van dat willekeurig geweld.
4.2.
Het tweede asielmotief vindt de minister ongeloofwaardig, omdat de verklaringen van eiseres daarover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [1]
4.3.
Eiseres komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid over alleenstaande vrouwen in Somalië, omdat zij nog contact heeft met haar moeder die in [plaats] verblijft. Om die reden komt eiseres evenmin in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen in paragraaf B8/6 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
De geloofwaardigheidsbeoordeling: de gedwongen uithuwelijking
5. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ongeloofwaardig is dat haar oom haar wil uithuwelijken aan zijn zoon. Volgens eiseres zijn haar verklaringen hierover plausibel.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres over de uithuwelijking door haar oom geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat de verklaring van eiseres dat haar oom, nadat zij was gevlucht en hij haar had opgespoord in het huis van een vrouw in de buurt en meegenomen terug naar haar eigen woning, haar daar vastgebonden achterliet, niet aannemelijk is. Eiseres heeft immers verklaard dat zowel haar moeder als buren in de directe omgeving aanwezig waren en haar konden losmaken of in veiligheid konden brengen. Gelet op de vastberadenheid waarmee de oom van eiseres haar volgens eiseres’ verklaringen wilde uithuwelijken, heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat niet valt in te zien dat hij haar in deze situatie, waarin zij had geprobeerd te vluchten voor haar oom, zonder toezicht zou achterlaten en daarmee het risico zou nemen dat zij opnieuw zou vluchten.
5.2.
Daarnaast heeft de minister de verklaringen van eiseres over de houding van haar oom ten aanzien van haar psychische gesteldheid onlogisch en tegenstrijdig mogen vinden. Zij heeft namelijk enerzijds verklaard dat haar oom niet wilde dat zij dezelfde psychische problemen zou ontwikkelen als haar zus, maar anderzijds dat hij haar gedurende langere tijd onder druk zette om met het huwelijk met zijn zoon in te stemmen en haar daarbij ook mishandelde.
5.3.
Reeds gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres over de gestelde uithuwelijking ongeloofwaardig zijn. Wat eiseres verder hierover heeft aangevoerd, behoeft daarom geen bespreking. De beroepsgrond slaagt niet.
Beleid alleenstaande vrouwen
6. Eiseres voert aan dat zij onder het beleid voor alleenstaande vrouwen in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc valt. De minister heeft ten onrechte aangenomen dat eiseres nog contact heeft met haar moeder. Bovendien kan haar moeder, gelet op haar medische klachten, niet voor eiseres zorgen.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij onder het beleid voor alleenstaande vrouwen in Somalië valt. Ter zitting is van de zijde van eiseres immers bevestigd dat er nog contact bestaat tussen eiseres en haar moeder. De beroepsgrond slaagt niet.
Het beschermingsalternatief
7. Eiseres voert aan dat de minister [plaats] niet als beschermingsalternatief [2] heeft mogen tegenwerpen. Ze wijst erop dat haar moeder niet meer in [plaats] verblijft en heeft ter onderbouwing hiervan enkele foto’s en screenshots overgelegd. Daarnaast stelt eiseres dat zij niet kan terugvallen op een meerderheidsclan. Zij verwijst hiervoor naar een brief van Vluchtelingenwerk van 23 september 2025.
7.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister [plaats] heeft mogen aanmerken als beschermingsalternatief. Zoals de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, is ter zitting bevestigd dat er nog contact bestaat tussen eiseres en haar moeder. Eiseres heeft eerder verklaard dat haar moeder in [plaats] verblijft. [3] Dat haar moeder daar nu niet meer zou verblijven, heeft eiseres met de overgelegde foto’s en screenshots niet aannemelijk gemaakt, omdat deze onvoldoende concrete en verifieerbare informatie bevatten. Al hierom heeft de minister [plaats] als beschermingsalternatief mogen tegenwerpen. De beroepsgrond slaagt niet.
De algemene veiligheidssituatie
8. Verder stelt eiseres dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij bij terugkeer niet een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege willekeurig geweld. Eiseres wijst daarbij op een brief van Vluchtelingenwerk van 10 november 2025.
8.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 8 januari 2026. [4] Wat eiseres in deze procedure aanvoert, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel.
Adequate opvang
9. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft aangenomen dat sprake is van adequate opvang bij terugkeer naar Somalië.
9.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet, gelet op wat in 6.1 en 7.1 is overwogen.

Conclusie en gevolgen

10. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Janssen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 mei 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw.
2.Zie artikel 3.37d van het Voorschrift Vreemdelingen (VV), in samenhang met paragraaf C2/3.4 en C7/30.5.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
3.Verslag nader gehoor, p. 21.
4.ECLI:NL:RVS:2026:86, r.o. 1, waarin de Afdeling onder meer r.o. 9.1 van de uitspraak van deze rechtbank van 12 december 2025 (zittingsplaats Arnhem, ECLI:NL:RBDHA:2025:24019) heeft overgenomen.