ECLI:NL:RBDHA:2026:16603
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en geen contact
Eiser heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister is afgewezen. Na eerdere vernietiging van een besluit door de rechtbank, wees de minister de aanvraag opnieuw af en legde een terugkeerbesluit op. Eiser stelde hiertegen beroep in, dat op 18 juni 2026 werd behandeld.
Tijdens de zitting bleek dat eiser sinds 21 mei 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Ook heeft eiser zich niet opnieuw gemeld voor opvang. De rechtbank stelde vast dat eiser daardoor geen concreet en reëel belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming, tenzij contact met de gemachtigde wordt onderhouden. Gezien het ontbreken van contact en meldingen verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenvergoeding af. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt.