Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres,
[minderjarige], V-nummer: [V-nummer]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie tot verlenging van de overdrachtstermijn aan Duitsland op grond van de Dublinverordening. De minister verlengde de termijn tot achttien maanden vanwege het onderduiken van eiseres, die niet beschikbaar was voor overdracht.
De rechtbank heeft het dossier en de zitting op 9 juni 2026 behandeld. Eiseres stelde dat zij niet was geïnformeerd over de overdracht en dat zij niet doelbewust onderdook, maar slechts tijdelijk de opvang verliet vanwege mentale problemen. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had voldaan aan zijn informatieplicht, onder meer door een vertrekgesprek, sms-bericht en het achterlaten van overdrachtsgegevens.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres doelbewust buiten bereik van de autoriteiten bleef, zoals vereist volgens het arrest Jawo van het Hof van Justitie van de EU. Haar vertrek zonder melding en verblijf op een treinstation zonder contact met autoriteiten vormde voldoende grond voor de verlenging van de overdrachtstermijn.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter I. Helmich op 15 juni 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Duitsland wordt ongegrond verklaard wegens doelbewust onderduiken.