ECLI:NL:RBDHA:2026:16470
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming en geen contact meer met gemachtigde
Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, die door de minister is afgewezen. Na een eerdere gegronde uitspraak van de rechtbank werd de aanvraag opnieuw afgewezen en werd een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser stelde hiertegen beroep in, maar vertrok met onbekende bestemming en onderhoudt geen contact meer met zijn gemachtigde.
Tijdens de zitting op 18 juni 2026 was de gemachtigde van eiser aanwezig, maar gaf aan sinds maart 2026 geen contact meer te hebben met eiser. De minister meldde dat eiser zich na vertrek niet meer voor opvang heeft gemeld. De rechtbank stelde vast dat eiser geen concreet en reëel belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die met onbekende bestemming vertrekt en geen contact onderhoudt, geen prijs meer stelt op bescherming. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenvergoeding af. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en geen contact meer met gemachtigde.