Eiseres, een Eritrese vrouw met vluchtelingenstatus in Ethiopië, stelde beroep in tegen het uitblijven van een besluit op haar asielverzoek in Nederland. De minister had haar asielverzoek niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Ethiopië als veilig derde land werd beschouwd.
De rechtbank toetste of eiseres een zodanige band met Ethiopië heeft dat het redelijk is dat zij daar naartoe terugkeert. Gezien het feit dat haar echtgenoot en kinderen nog in Ethiopië wonen en zij zelf van 2018 tot 2023 in Ethiopië verbleef, werd dit bevestigd. Ook achtte de rechtbank aannemelijk dat zij bij terugkeer toegang tot Ethiopië zal krijgen, mede omdat zij een vluchtelingenstatus van ARRA bezit.
Hoewel Ethiopië voor Eritreeërs in algemene zin geen veilig derde land is vanwege geweld en gedwongen terugkeer tijdens het conflict in Tigray, oordeelde de rechtbank dat voor eiseres een uitzondering geldt. Zij heeft in Ethiopië zonder problemen gewoond en geen reëel risico op ernstige schade door refoulement aannemelijk gemaakt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.