Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:16269

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
NL25.32558
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30a Vw 2000Art. 3.37e VV 2000Art. 3.106a Vb 2000Art. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielverzoek wegens veilig derde land Ethiopië

Eiseres, een Eritrese vrouw met vluchtelingenstatus in Ethiopië, stelde beroep in tegen het uitblijven van een besluit op haar asielverzoek in Nederland. De minister had haar asielverzoek niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Ethiopië als veilig derde land werd beschouwd.

De rechtbank toetste of eiseres een zodanige band met Ethiopië heeft dat het redelijk is dat zij daar naartoe terugkeert. Gezien het feit dat haar echtgenoot en kinderen nog in Ethiopië wonen en zij zelf van 2018 tot 2023 in Ethiopië verbleef, werd dit bevestigd. Ook achtte de rechtbank aannemelijk dat zij bij terugkeer toegang tot Ethiopië zal krijgen, mede omdat zij een vluchtelingenstatus van ARRA bezit.

Hoewel Ethiopië voor Eritreeërs in algemene zin geen veilig derde land is vanwege geweld en gedwongen terugkeer tijdens het conflict in Tigray, oordeelde de rechtbank dat voor eiseres een uitzondering geldt. Zij heeft in Ethiopië zonder problemen gewoond en geen reëel risico op ernstige schade door refoulement aannemelijk gemaakt.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard omdat Ethiopië als veilig derde land geldt en geen reëel risico op ernstige schade is aangetoond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.32558

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).

Inleiding

1.1
Eiseres heeft op 17 juli 2025 voor de tweede keer beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op haar asielverzoek van 2 augustus 2023.
1.2
Bij uitspraak van 15 januari 2026, geregistreerd onder NL25.32558, heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep gegrond verklaard en de minister opdracht gegeven binnen twee weken alsnog te beslissen op de aanvraag. Bij uitspraak van 3 februari 2026 is deze uitspraak vervallen verklaard, omdat is gebleken dat de minister bij besluit van
16 september 2025 (het bestreden besluit) reeds op het asielverzoek had beslist. Bij dat besluit heeft de minister het asielverzoek van eiseres niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, Vw [1] .
1.3
Het beroep van 17 juli 2025 wordt op grond van het bepaalde in artikel 6:19 van Pro de Awb [2] thans geacht te zijn gericht tegen het besluit van 16 september 2025.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 13 mei 2026 op zitting behandeld. Eiseres is niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Standpunten partijen
2.1
De minister heeft de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 omdat Ethiopië voor eiseres als veilig derde land wordt beschouwd. De minister stelt zich op het standpunt dat aannemelijk is dat eiseres opnieuw tot Ethiopië wordt toegelaten, omdat haar daar een vluchtelingenstatus is toegekend en niet is aannemelijk is gemaakt dat die status niet langer geldig is of is ingetrokken. Verder kan aangenomen worden dat eiseres een band heeft met Ethiopië, omdat haar echtgenoot en kinderen nog steeds in Ethiopië wonen en daarom aangenomen kan worden dat eiseres toegang heeft tot onderdak en bescherming.
Verder stelt de minister zich op het standpunt dat Ethiopië voor eiseres een veilig derde land is. Daarbij betrekt de minister een aantal informatiebronnen zoals genoemd in artikel 3.37e van het VV 2000 [3] , waaruit blijkt dat vreemdelingen in overeenstemming met artikel 3.106a van het Vb 2000 [4] worden behandeld. Eiseres heeft niet inzichtelijk kunnen maken dat Ethiopië voor haar geen veilig derde land is. Niet is gebleken dat de aan haar in Ethiopië verleende vluchtelingenstatus niet langer geldig is en anders kan zij eventueel in Ethiopië een nieuw verzoek om internationale bescherming indienen.
2.2
Eiseres heeft de juistheid van het standpunt van de minister gemotiveerd betwist. Op hetgeen zij in dit verband heeft aangevoerd zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan.
Toetsingskader
3.1
Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 kan een aanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard als een derde land voor die vreemdeling als veilig derde land kan worden beschouwd. Voor het tegenwerpen van een veilig derde land moet de minister eerst beoordelen op de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land, dat het voor hem of haar redelijk is om daar naartoe te gaan.
3.2
In de uitspraken van 13 december 2017 heeft de Afdeling [5] uiteengezet hoe de minister moet vaststellen of een land voor een vreemdeling een veilig derde land is. De minister moet bepaalde informatiebronnen over de algemene situatie in het derde land bij zijn oordeel betrekken en het door hem verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde beoordeling inzichtelijk maken. Uit het onderzoek moet blijken dat een vreemdeling in het derde land overeenkomstig de beginselen genoemd in artikel 3.106a, eerste lid van het Vreemdelingenbesluit 2000 zal worden behandeld. Als aan de hand van zorgvuldig onderzoek goed is gemotiveerd dat de vreemdeling in het derde land volgens de hiervoor bedoelde beginselen wordt behandeld, kan de minister dit slechts tegenwerpen indien de vreemdeling een zodanige band heeft met het derde land dat het voor hem redelijk zou zijn daar naartoe te gaan. Dit kan het geval zijn als een vreemdeling in het verleden in dat land heeft gewoond, maar kan ook worden afgeleid uit andere individuele omstandigheden, waaronder de aard, duur en omstandigheden van het eerdere verblijf in dat land. Het is in beginsel aan de minister om aannemelijk te maken dat sprake is van een zodanige band en het is vervolgens aan de vreemdeling om dat te weerleggen. Daarnaast kan de minister slechts tegenwerpen dat het derde land voor de vreemdeling een veilig derde land is, indien de vreemdeling wordt toegelaten tot dat land. Het is aan de minister om aannemelijk te maken waarom toegang tot het derde land in beginsel mogelijk moet zijn. Hiertoe dient de minister aan de hand van informatie uit algemene bronnen, of op basis van de verklaringen van een vreemdeling, redenen aan te dragen waarom toegang in beginsel mogelijk moet zijn. Vervolgens is het aan de vreemdeling om aan te tonen dat de door de minister geschetste mogelijkheden in zijn geval niet aanwezig zijn. Daarnaast is het aan de vreemdeling om inspanningen te verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten tot het veilige derde land, tenzij niet van hem kan worden verlangd dat hij opnieuw probeert toegang tot en verblijf in dat land te krijgen. Dit heeft de Afdeling aangevuld met het vereiste dat de vreemdeling inspanningen moet verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten, tenzij van hem of haar niet kan worden verlangd dat hij of zij opnieuw probeert toegang en verblijf in dat land te krijgen. [6] De minister dient de vragen over de band met en toelating tot het derde land eerst te beantwoorden. Een inhoudelijke beoordeling van de situatie in het derde land is immers overbodig als de band met dat land niet aan de voorwaarde voldoet of de vreemdeling er niet wordt toegelaten, aldus de Afdeling.
Banden met Ethiopië?
4. Gelet op het hiervoor genoemde toetsingskader dient als eerste de vraag te worden beantwoord of de minister op juiste gronden het standpunt heeft ingenomen dat aangenomen kan worden dat eiseres zodanige banden met Ethiopië heeft dat van haar gevraagd kan worden daar naar terug te keren. Naar het oordeel van de rechtbank is dit het geval. Immers, zoals ook door de minister in het voornemen in dit verband is overwogen hebben de echtgenoot en kinderen de Ethiopische nationaliteit en wonen zij daar nog steeds. Bovendien heeft eiseres van 2018 tot 2023 in [plaats] gewoond. Eiseres heeft de feitelijke juistheid daarvan in de zienswijze en gronden van beroep niet betwist.
Is aannemelijk dat eiseres zal worden toegelaten tot Ethiopië?
5.1
De rechtbank wijst er in dit verband allereerst op dat niet in geschil is dat eiseres, nadat zij haar asielverzoek in Nederland heeft ingediend, met gebruikmaking van een visum nog een keer is teruggekeerd naar Ethiopië om haar zieke zoon te bezoeken. Reeds hierin is een aanknopingspunt gelegen voor het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat de Ethiopische autoriteiten eiseres bij eventuele terugkeer de toegang zullen weigeren.
5.2
De rechtbank is in dit verband verder van oordeel dat de minister op goede gronden en voldoende gemotiveerd het standpunt heeft ingenomen dat aangenomen kan worden dat de Ethiopische autoriteiten eiseres bij terugkeer weer tot het land zullen toelaten, omdat aangenomen kan worden dat zij in Ethiopië nog steeds een vluchtelingenstatus van ARRA heeft. Voor zover in dit verband door eiseres wordt gesteld dat er vanuit moet worden gegaan dat deze status inmiddels is ingetrokken, blijkt dit naar het oordeel van de rechtbank niet uit hetgeen eiseres naar voren heeft gebracht. Dat eiseres, toen zij naar Nederland vertrok in het kader van Gezinshereniging, daarvan melding heeft gedaan bij ARRA en als gevolg daarvan bij ARRA als vertrokken geregistreerd staat is door eiseres niet onderbouwd. De rechtbank stelt vast dat eiseres ook anderszins niet aannemelijk heeft gemaakt dat ze in Ethiopië niet langer een vluchtelingenstatus heeft dan wel dat ze niet opnieuw als vluchteling zou kunnen worden toegelaten.
Is Ethiopië voor eiseres een veilig derde land?
6.1
Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij niet terug kan naar Ethiopië omdat - kort samengevat - uit het Informatiebericht 2024/43 [7] volgt dat Eritreeërs slachtoffer zijn van geweld en dat sprake is van gedwongen terugkeer naar Eritrea.
6.2.1
In het IB 2024/43 staat - voor zover hier van belang - het volgende:
“Er waren in 2020 berichten van geweld tegen Eritrese vluchtelingen in Tigray. Ook was er sprake van gedwongen terugkeer van Eritrese vluchtelingen naar Eritrea. Verder kwam het tijdens het conflict in Tigray (eind 2020 tot eind 2022) voor dat Eritrese vluchtelingen door Eritrese soldaten, actief in Ethiopië, zijn gedwongen terug te keren naar Eritrea. Voor zover bekend heeft er na het beëindigen van het conflict in Tigray geen gedwongen terugkeer van vluchtelingen meer plaatsgevonden.
Er zijn, behoudens de bovengenoemde signalen t.a.v. Eritrese vreemdelingen ten tijde van het conflict in Tigray, in de recente geschiedenis geen berichten gevonden over uitzettingen door Ethiopië die mogelijk in strijd zijn met het refoulementverbod.”
en,

Uitzonderingen De aanmerking van Ethiopië als veilig derde land geldt niet voor Eritreeërs. Dit komt vanwege de berichten van gedwongen terugkeer en geweld richting Eritreeërs.”
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich in het voornemen – dat in het bestreden besluit als herhaald en ingelast wordt beschouwd - niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat uit het informatiebericht volgt dat Ethiopië voor Eritreeërs in algemene zin geen veilig derde land is, maar dat daarop voor wat betreft eiseres een uitzondering kan worden gemaakt. Daartoe wordt overwogen dat uit het landgebondenbeleid Ethiopië, neergelegd in C3/14 van de Vc niet blijkt dat Ethiopië voor zonder meer alle Eritreeërs niet veilig is. Eritreeërs worden in dit beleid ook niet genoemd als risicogroep. De rechtbank neemt hierbij verder in aanmerking dat uit het informatiebericht volgt dat het geweld tegen Eritreeërs en de gedwongen terugkeer speelde ten tijde van het conflict in Tigray, dat duurde van eind 2020 tot eind 2022. In die periode heeft eiseres bij haar echtgenoot en kinderen in [plaats] gewoond zonder daarbij problemen te ervaren. Dit duidt er niet op dat eiseres enkel vanwege haar Eritrese nationaliteit bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op ernstige schade.
6.2.2
De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of op individuele gronden aannemelijk is gemaakt dat eiseres bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op ernstige schade vanwege (indirect) refoulement. In dit verband acht de rechtbank in de eerste plaats van belang dat – zoals hiervoor reeds is overwogen - eiseres van 2018 tot 2023 in [plaats] bij haar gezin heeft gewoond. Gesteld nog gebleken is dat zij daarbij problemen van de zijde van de autoriteiten heeft ondervonden. Sterker nog, eiseres heeft juist een vluchtelingenstatus verkregen. De rechtbank overweegt in dit verband verder dat eiseres tijdens het aanmeldgehoor [8] heeft verklaard dat het voor haar mogelijk zou zijn om zich in Ethiopië te vestigen en dat ze – als ze dat zou vragen – waarschijnlijk een verblijfsvergunning zou krijgen omdat haar kinderen de Ethiopische nationaliteit hebben. Er bestaat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, daarom geen grond voor het oordeel dat de minister zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres bij terugkeer naar Ethiopië geen reëel risico op ernstige schade loopt.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van M.J. Kambeel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Voorschrift Vreemdelingen 2000.
4.Vreemdelingenbesluit 2000.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.Zie in dit kader de uitspraken van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3380, van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2255, van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:128, van 2 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:421, 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480 en van 11 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4358.
7.IB 2024/43 Beoordeling veilig derde land Ethiopië.
8.Zie Rapport aanmeldgehoor, pagina 14.