Eiseres, Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., verzocht op 1 augustus 2024 om een herbeoordeling van het recht van een (ex-)werknemer op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken beslist, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Het UWV heeft een dwangsombeslissing genomen van € 1.442,-, maar heeft nog geen inhoudelijk besluit genomen. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en de noodzaak van een medisch advies, kwalificeert deze situatie als een bijzonder geval volgens artikel 8:55d, derde lid, Awb. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor de besluitvorming is vastgesteld.
De rechtbank wijst het verzoek van het UWV af om een langere termijn van 40 weken te hanteren, omdat onvoldoende onderbouwing is gegeven. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Tot slot veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden op 22 mei 2026.