Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres 1], eiseres/verzoekster, hierna te noemen: eiseres,
[eiser 1], eiser/verzoeker, hierna te noemen: eiser,
[eiser 2], eiser 2/verzoeker 2, hierna te noemen: [eiser 2],
[eiseres 2], eiseres 2/verzoekster 2, hierna te noemen: [eiseres 2],
[eiseres 3], eiseres 3/verzoekster 3, hierna te noemen: [eiseres 3],
de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna te noemen: de minister,
Inleiding
Procesverloop
Feiten en achtergrond
Het oordeel van de rechtbank in de uitspraak van 26 januari 2021
De beoordeling van de rechtbank
Conclusie en gevolgen
- Ten aanzien van het familieleven in de zin van artikel 8 van Pro het EVRM, al hetgeen de rechtbank heeft overwogen ten aanzien van het familieleven tussen eisers, eiseres, eiser en hun zwager/broer en schoonzus en tussen de kinderen en hun oom en tante.
- Ten aanzien van de belangenafweging dient de minister alle elementen die de rechtbank uiteen heeft gezet ten aanzien van het familieleven tussen eisers, eiseres, eiser en hun zwager/broer en schoonzus en tussen de kinderen en hun oom en tante, mee te nemen in de beoordeling. Daarnaast dient de minister gemotiveerd in te gaan op de banden van eisers met Nederland en hun banden met Egypte.
- Ook dient de minister expliciet de belangen van de kinderen mee te wegen waarbij als uitgangspunt dient te worden genomen dat de kinderen minderjarig waren ten tijde van de aanvraag. Hierbij dient de minister gemotiveerd in te gaan op het rapport van de Rijksuniversiteit Groningen.