ECLI:NL:RBDHA:2026:15473
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit
Eiser heeft meerdere opvolgende asielaanvragen ingediend, waarvan de laatste op 10 februari 2026. De minister heeft deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser zijn identiteit, nationaliteit en herkomst niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister baseert dit op het ontbreken van objectieve documenten, tegenstrijdige verklaringen en het gebruik van meerdere aliassen.
Eiser voert aan dat hij vanwege zijn homoseksuele gerichtheid risico loopt op vervolging in zijn land van herkomst en dat de minister zijn asielrelaas onvoldoende inhoudelijk heeft beoordeeld. Ook stelt hij dat hij niet goed is gehoord over zijn seksuele gerichtheid.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet heeft voldaan aan de bewijsverplichting voor zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Hierdoor kon de minister het asielrelaas niet inhoudelijk beoordelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen asielvergunning of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en nationaliteit.