ECLI:NL:RBDHA:2026:15465
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt dat het aanmeldgehoor zorgvuldig is verlopen, ondanks dat eiser meent dat er onvoldoende is doorgevraagd over zijn medische situatie en LHBTIQ+-aspecten. De rechtbank oordeelt dat het gehoor voldoende was en dat eiser niet meer heeft verklaard dan dat Spanje slechts een doorreisland was.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer kan gelden vanwege sociale discriminatie van LHBTIQ+-personen in Spanje, zoals beschreven in het AIDA-rapport. De rechtbank stelt dat dit rapport en de enkele verwijzing naar sociale discriminatie onvoldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken, mede omdat er geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro is aangetoond.
Verder betoogt eiser dat overdracht aan Spanje leidt tot een onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid, maar de rechtbank vindt dat het medisch dossier dit niet aannemelijk maakt en dat de minister terecht geen advies van het Bureau Medische Advisering heeft ingewonnen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de minister om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.