ECLI:NL:RBDHA:2026:15426
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het ongegrond. De minister heeft een verzoek tot terugname aan Kroatië gedaan, dat op 22 december 2025 is aanvaard. Eiser betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege push-backs en slechte opvangomstandigheden in Kroatië, onderbouwd met rapporten en eigen ervaringen.
De rechtbank volgt echter de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die heeft geoordeeld dat Kroatië geen structurele tekortkomingen vertoont die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Eiser heeft geen recente, overtuigende informatie aangeleverd die tot een ander oordeel leidt.
Daarnaast wijst de rechtbank het beroep op de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 van Pro de Dublinverordening af, omdat eiser geen bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangetoond die overdracht aan Kroatië onevenredig hard maken. De persoonlijke ervaringen van eiser zijn reeds beoordeeld en onvoldoende onderbouwd met medische documenten.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat eiser aan Kroatië mag worden overgedragen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser mag aan Kroatië worden overgedragen.