ECLI:NL:RBDHA:2026:15125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 behandeld en het onderzoek gesloten.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is op Kroatië, gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en het ontbreken van nieuwe, concrete aanwijzingen voor structurele tekortkomingen in het Kroatische asiel- en opvangsysteem. Het beroep van eiseres op het arrest X en het AIDA-rapport 2024 leidt niet tot een ander oordeel.
Eiseres stelde dat zij en haar ongeboren kind bijzondere omstandigheden hebben die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen, onder meer vanwege een miskraam en gezinsleven. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft besloten de aanvraag niet aan zich te trekken, omdat de gestelde omstandigheden onvoldoende zijn onderbouwd en het gezinsleven niet duurzaam is aangetoond.
De rechtbank concludeert dat de belangen van het ongeboren kind geen aanleiding geven om af te wijken van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.